Schadevergoeding?

De afgelopen week is er veel over geschreven, dus wij konden er ook niet omheen: de klassenfoto-kwestie. Aan twee leerlingen van de Haagse Maria Montessori-school werd een schadevergoeding van 500 euro toegewezen, omdat zij volgens hun ouders gedwongen de klassenfoto hadden gemist. Reden? Deze klassenfoto werd gemaakt op de dag van het islamitisch Offerfeest.

Het bedrag van 500 euro lijkt in eerste instantie een zeer bescheiden succes; volgens verschillende bronnen hadden de ouders van de kinderen maar liefst 10.000 euro schadevergoeding geëist. Nogal een bedrag, vond ook de rechter. Toch hebben de ouders van deze kinderen laten weten dat zij tevreden zijn met de uitspraak.

Eerlijk is eerlijk: ik was niet graag de rechter geweest die zich over deze situatie had moeten buigen. Natuurlijk is het vervelend om een klassenfoto te missen. Dat overkomt veel kinderen: zij zijn bijvoorbeeld ziek of hebben een familieverplichting. Echter, om dan te stellen dat die kinderen daardoor een soort emotioneel trauma oplopen ter waarde van 10.000 euro, gaat wellicht wat te ver. Het werd deze ouders dan ook verweten dat het hen niet ging discriminatie om, maar om financieel gewin. Enkele bekende Nederlanders, ook moslims, spraken zich op social media uit over de situatie. Zo sprak AD-columnist Özcan Akyol van “misbruik van het geloof”. Collega-columniste Hanina Ajari vond de actie “onverstandig”, en stelde dat moslims in Nederland nu eenmaal tegen grenzen aanlopen.

De discussie die aan de hand van de uitspraak van de rechter ontstaat is of er te veel aanpassingen worden gedaan om het moslims naar de zin te maken. In de woorden van Correspondent-journalist Marc Chavannes:

Maar als een openbare school als de Maria Montessorischool, die zich open en praktisch opstelt, gedwongen wordt zich qua religieuze feestdagen te gedragen als een moslimschool, dan wordt het begrip openbaar onderwijs ingrijpend opnieuw gedefinieerd.”

Dit is een zeer onhandige uitspraak van Chavannes. Laten we wel zijn: het gaat hier niet om het verlies van de Nederlandse identiteit, een verwijt wat ik vaak terugzag op social media, maar slechts om rekening houden met zaken die wellicht buiten die “Nederlandse identiteit” liggen. Scholen worden niet gedwongen zich te gaan gedragen als een “moslimschool”: zij hoeven niet te sluiten, mogen gewoon onderwijs geven en zijn niet verplicht om aandacht te besteden aan islamitische feestdagen. De enige jurisprudentie die hiermee ontstaat is dat scholen gedwongen worden rekening te houden met niet-christelijke, religieuze feestdagen. Holt dat het begrip openbaar onderwijs uit? Niet perse. Openbaar onderwijs mag dan zelf geen religieuze identiteit hebben, maar dat betekent niet dat zij alle religies zomaar naast zich neer kunnen leggen. Openbaar onderwijs houdt immers ook rekening met christelijke feestdagen, “van oudsher gerespecteerd”. Dat is inhoudelijk natuurlijk een weinig sterk argument om deze feestdagen wel te erkennen, en andere simpelweg te negeren.

Nu moet vooropgesteld worden dat deze Haagse school naar mijn inzicht zo goed mogelijk heeft gehandeld. Zij leek zich wel degelijk bewust van haar blunder. Zij heeft openlijk toegegeven het Offerfeest over het hoofd gezien te hebben, en heeft de kinderen alsnog zelf op de foto gezet. Deze houding siert de school. Zij heeft zich praktisch en oplossingsgericht opgesteld.

Deze blog moet dan ook niet gelezen worden als een aanklacht tegen de Maria Montessori-school, of enig andere school die een dergelijke blunder zou maken. Of ik mij zou uitspreken voor de financiële schadevergoeding, vind ik ook erg lastig. Er zijn vast juridische argumenten voor, maar financieel gewin behalen door religie in te zetten vind ik twijfelachtig. Daar komt bij dat er vele ouders op de betreffende dag hun kinderen wel even naar school gestuurd hebben, speciaal voor de foto. Wat wél interessant is, is dat de rechter met zijn of haar uitspraak Nederlandse scholen bewust heeft gemaakt van hun oogkleppen. Nog steeds zijn wij veelal geneigd islamitische feestdagen compleet te negeren, niet perse uit kwaadwillendheid als uit onwetendheid. Zoals nu gebleken is, wordt van de Nederlandse scholen meer verwacht dat zij wel rekening gaan houden met deze feestdagen.

Door deze uitspraak zijn mensen gaan vrezen voor het behoud van bepaalde grenzen in het onderwijs. Niet geheel onterecht. Of het nu gaat om islamitische ouders die kinderen gescheiden willen laten gymmen, of om christelijke ouders die zich verzetten tegen de evolutietheorie bij biologie, het komt regelmatig voor dat ouders bepaalde eisen stellen aan een school op basis van hun religieuze overtuiging. Wanneer daarbij bepaalde vrijheden in het gedrang komen, ben ik de eerste om vraagtekens te zetten bij het toekennen van deze eisen. We moeten ons echter wel bewust blijven van het feit dat dit in deze casus niet het geval was. De school wordt gevraagd in haar kalender rekening te houden met niet-christelijke, religieuze feestdagen, door geen belangrijke activiteiten op deze dagen te plannen. We maken er heel veel meer van, maar is dat terecht? Het klinkt als een kleine moeite voor een groot plezier.

 

In deze blog refereer ik naar het volgende artikel van de Correspondent: https://decorrespondent.nl/4229/niemand-wordt-beter-van-de-uitspraak-in-de-haagse-fotokwestie/1574332468896-4dcb6b11. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On InstagramVisit Us On Linkedin