De discussie Voltooid Leven: D66 – ChristenUnie, Seculier- Christelijk?

De discussie over het wetsvoorstel omtrent Voltooid Leven tussen D66 en de ChristenUnie (CU) wordt vaak afgedaan als een discussie tussen progressieve seculieren en conservatieve christenen. Beide partijen onderbouwen hun standpunten echter met het idee van menswaardigheid. Hoe is de discussie ontstaan? Hoe zien de standpunten van D66 en CU er uit en welke rol spelen de levensbeschouwelijke opvattingen van beide partijen in dit debat?

Bron: Novummagazine.nl

Het ontstaan van de discussie

In 2010 werd er een burgerinitiatief (Uit Vrije Wil) gestart dat zich bekommert om begeleiding van vrijwillige levensbeëindiging bij mensen die medisch gezien niet in aanmerking komen voor de euthanasiewet. Deze mensen lijden lichamelijk niet genoeg om in aanmerking te komen voor euthanasie. Volgens het burgerinitiatief is bij deze mensen echter sprake van een psychologische lijdensweg waarbij zij hun bestaan niet meer als nuttig ervaren. Uit Vrije Wil kreeg 116.871 steunbetuigingen en diende dit idee in bij de tweede kamer. D66 Kamerlid Pia Dijkstra is uiteindelijk degene geweest die zich heeft bezig gehouden met een wetsvoorstel. In de tussentijd is er een adviescommissie van de tweede kamer geweest die zich over de kwestie heeft gebogen. De commissie heeft bestudeerd of het juridisch, medisch en ethisch verantwoord is om een nieuw wetsvoorstel te accepteren. Deze commissie heeft een rapport uitgebracht (bekend als rapport Schnabel) met een negatief advies.

 

D66 – Seculiere liberalen

D66 is duidelijk voorstander van levensbeëindiging bij Voltooid Leven. De partij beroept zich op het zelfbeschikkingsrecht. Volgens dit recht bepaalt ieder mens zelf wat er met zijn of haar lichaam gebeurt en hoe zij hun leven leiden. Wanneer mensen hun lichaam willen laten stoppen met werken en hun leven niet verder willen leiden, valt dit volgens D66 onder zelfbeschikking en moet dit worden gefaciliteerd vanuit de zorg. Hierdoor is het mogelijk voor deze mensen om op een menswaardige  manier sterven. Hoe zit dit idee nu verweven met de identiteit en levensbeschouwelijke opvattingen van deze partij?

D66 kent vijf richtingwijzers waaruit zij haar standpunten en visie ontleent: Vertrouw op de eigen kracht van mensen, Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving, Denk en handel internationaal, Beloon prestatie en deel de welvaart, Koester de grondrechten en gedeelde waarden. Uit het standpunt omtrent Voltooid Leven komen de eerste en de laatste richtingwijzer sterk naar voren. De partij beroept zich immers op grondrechten (zelfbeschikking). D66 vindt dat mensen zelf de keuze kunnen maken om hun leven met medische hulp te laten beëindigen.

Hoe D66 het vertrouwen in de eigen kracht van mensen ziet is opgenomen in een uitgebreid manifest. Hierin staat dat de partij een seculiere partij is die ruimte laat voor religie. D66 noemt veel verschillende grote denkers die als inspiratiebron voor de zienswijze van de partij hebben gefungeerd. In deze lijst staan niet alleen seculiere, maar ook religieuze denkers (bijv. Erasmus en Spinoza).

Het manifest van D66 is erg optimistisch over de kracht, creativiteit en oplossingsgerichtheid van mensen. Toch roept het manifest vragen op. De partij onderkent dat niet ieder mens per definitie goed is of goede keuzes maakt, maar D66 lijkt wel een positieve (geen naïeve) kijk op mensen te hebben. D66 gelooft in menselijke progressie. Wanneer iemand zijn of haar leven onder begeleiding mag beëindigen, lijkt de hoop in de vooruitgang van deze persoon echter opgegeven.

Daarnaast streeft D66 naar gelijkwaardigheid. Het wetsvoorstel dat er ligt, heeft echter enkel betrekking op mensen van 75 jaar en ouder. D66 geeft aan dat deze leeftijdsgrens willekeurig is. Hierdoor rijst de vraag waarom iemand van 65, 55 of zelfs jonger niet in aanmerking komt voor een Voltooid Leven, wanneer zij uitzichtloos psychisch lijden. Wie bepaalt immers op welke leeftijd iemand zijn leven heeft “uitgeleefd”? De willekeurige leeftijdsgrens wordt niet onderbouwd en strookt niet met het liberale gedachtegoed in het manifest van de partij.

De invloed van de levensbeschouwelijke opvattingen van D66 is lastig aan te wijzen. Het manifest “Vertrouw in de eigen kracht van mensen” is uitgebreid, maar niet éénduidig. Het manifest is filosofisch geschreven en multi-interpretabel. In het politieke debat wordt deze meerduidigheid echter niet besproken. De identiteit van D66 lijkt reeds ingevuld en minder interessant of relevant dan wanneer het om een religieus geïnspireerde partij gaat.

 

ChristenUnie – Christelijk en de rol van God

Bron: kampen.online

De ChristenUnie is tegen het wetsvoorstel omtrent Voltooid Leven. De partij beargumenteert dit standpunt vanuit een ethisch/moreel perspectief gericht op zorg. Volgens de ChristenUnie is euthanasie niet de oplossing voor het probleem waar ouderen tegen aan lopen. Verbetering van ouderenzorg en het versterken van sociale verbintenis in de samenleving is wel de oplossing. Het wetsvoorstel Voltooid leven wordt door de CU gezien als gevaarlijk. De partij verwijst hierbij naar het advies uit rapport Schnabel. De ChristenUnie is overduidelijk geïnspireerd op het christelijke gedachtegoed, maar noemt het geloof niet in haar argumenten. Hoe is deze christelijke inspiratie terug te zien in het standpunt van de CU over Voltooid Leven?

De ChristenUnie vertaalt haar visie naar drie kernonderdelen: Dienstbare samenleving, geloofsvrijheid en waardevol leven. De rol van God als verbinder en schepper komt duidelijk naar voren in de uitleg van deze drie kernonderdelen. Het standpunt dat de CU heeft in de discussie over Voltooid Leven komt sterk overeen met hun eerste en laatste kernonderdeel. De partij ziet immers het leven als waardevol: een geschenk van God dat moet worden gekoesterd en niet beëindigd. Daarnaast geeft de CU aan dat de oplossing voor eenzame ouderen voort moet vloeien uit de samenleving die zich in dienst zet van elkaar.

Zorg voor elkaar staat bij de ChristenUnie dus hoog in het vaandel. De partij legt dan ook uit dat de overheid kwetsbare groepen moet beschermen, wanneer zij dit zelf niet kunnen. De vraag is echter of bescherming het juiste woord is in de kwestie Voltooid Leven. Voor de doelgroep waar het om gaat is het juist een marteling en een gevecht om te blijven leven. Zij ervaren dit niet (meer) als een geschenk of iets positiefs, laat staan dat zij hun toekomst koesteren.

In de visie van de CU staat ook dat het leven van ongeneselijk zieke mensen niet zinloos moet worden gerekt. Hoewel het in deze opvattingen vaak over fysieke ziekte gaat, staat dat hier niet expliciet benoemd. Valt het laten leven van iemand ongeneselijk psychisch ziek is en dood wil, dan ook niet onder het zinloos rekken van een leven? De partij heeft echter ook de tien geboden als leidraad in haar visie verwerkt en het gebod “gij zult niet doden” gaat hier voor deze oplossing van het wegnemen van psychisch lijden van mensen.

De invloed van de christelijke opvattingen van de CU komt duidelijk naar voren in haar visie. De partij beroept zich in de discussie omtrent Voltooid Leven echter niet op christelijke argumenten. Tegelijkertijd komen de argumenten van de partij bijna naadloos overeen met haar partij visie. Doordat christelijke waarden en visies bekender zijn in het huidige debat lijken ze eenduidiger. Tegelijkertijd zijn woorden als “menswaardigheid”, “bescherming”, “ziekte” en “zinloosheid” lastige termen die in de huidige maatschappij van verschillende kanten kunnen worden belicht en uitgelegd. De standpunten in het debat over Voltooid Leven onderscheiden zich niet in seculier (D66) versus christelijk (CU). De partijen hebben echter een andere interpretatie en invulling van woorden tezamen met een ander idee over de oplossing van problemen in onze maatschappij: eenzaamheid en psychisch lijden.

 

De gebruikte bronnen vindt je hier:

Standpunten ChristenUnie over Voltooid Leven (Carla Dik-Faber)

Standpunten CU Voltooid Leven kort

Partijvisie ChristenUnie: verkort en uitgebreid

Standpunten D66 over Voltooid Leven (Pia Dijkstra)

Standpunten D66 Voltooid Leven Kort

Partijvisie D66: verkort en uitgebreid

Wetsvoorstel Voltooid Leven

Rapport Schnabel

Trouw over euthanasiewet en de rol van de zorgverlener

Financiering van bijzonder onderwijs – De zaak Stichting Islamitisch Onderwijs

Twee weken geleden deed de Raad van State uitspraak over de vraag of de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) per september 2017 een middelbare school mag openen in Amsterdam. De Raad oordeelde dat deze school gewoon geopend mag worden en dat de Nederlandse staat de plicht heeft om deze school ook te financieren. Dit zeer tegen de zin van demissionair staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker, die zich fel tegen dit plan verzet heeft.

 

Wat is de regelgeving omtrent religieus onderwijs?

Een vraag die vaak gesteld wordt in dergelijke situatie is waarom de overheid zou moeten betalen voor dit soort onderwijs. In Nederland is er toch immers sprake van scheiding van kerk en staat? Dat is waar, maar het onderwijs neemt in Nederland een bijzondere, ietwat tegenstrijdige positie in. In artikel 23 van de Grondwet -artikel 23.7, voor de juridisch puristen onder ons – is namelijk opgenomen dat:

“Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.”

Simpel verwoord staat hier dat in Nederland bijzonder onderwijs, evenals openbaar onderwijs, uit de staatskas gefinancierd wordt. Onder bijzonder onderwijs valt zowel religieus onderwijs als speciale onderwijsmethoden, zoals Jenaplan en Montessori-onderwijs. De eis die de overheid daarbij mag stellen is dat het gefinancierde onderwijs aan bepaalde didactische kwaliteitseisen voldoet.

 

Wat was het probleem?

Al met al een vrij eenduidige wetgeving dus. Toch waren er in deze zaak twee problemen die voor onrust zorgden. Ten eerste was het SIO ook verantwoordelijk voor het bestuur van een andere islamitische school, die in 2010 werd gesloten omdat de kwaliteit van het onderwijs ondermaats was. De kwaliteit van het door het SIO gegeven onderwijs wordt ook betwist door andere islamitische onderwijsinstellingen. Het tweede probleem was dat een bestuurslid van het SIO in 2014 online zijn sympathie voor IS uitsprak, wat hij pas na veel druk heeft teruggetrokken. Deze persoon is inmiddels geen lid meer van het bestuur van SIO, maar zijn uitspraken zorgden ervoor dat de integriteit van het overige bestuur van SIO ter discussie kwam te staan. Of dit terecht is, is een discussie waard. Bent u medeverantwoordelijk voor de uitspraken van uw mede-bestuur of collega’s? Voor staatssecretaris Dekker was het in ieder geval meer dan voldoende om zich tegen de opening van deze school te verzetten.

Waarom staat de staat er slecht voor?

Het is niet geheel onbegrijpelijk dat de staatssecretaris zo zijn vraagtekens had bij de oprichting van deze nieuwe school. Het SIO heeft een twijfelachtige staat van dienst als het aankomt op onderwijskwaliteit. Daarnaast is sympathie met IS – zelfs van een ex-bestuurslid- natuurlijk absoluut onwenselijk. Het belangrijkste argument voor de zorgen is toch wel dat andere islamitische onderwijsinstellingen hun leerlingen hebben opgeroepen vooral niet naar deze nieuwe school te gaan. Zij vrezen voor de kwaliteit van het onderwijs wat hier gegeven gaat worden. Dit bewijst wel dat er hier niet simpelweg sprake is van een weerstand om religieus onderwijs te financieren, maar dat er gegronde twijfels over kwaliteit spelen, ook vanuit de eigen religieuze kring.

Echter, juridisch gezien heeft de Nederlandse staat geen poot om op te staan. Al deze vraagtekens vormen namelijk geen argument om deze nieuwe school uit te sluiten van overheidsfinanciering. De crux is dat een school al bewezen slecht moet presteren, voordat de overheid in kan grijpen. Het -ongewenste- gevolg hiervan is dat er dus eerst leerlingen gedupeerd moeten worden, alvorens zij goed onderwijs krijgen. Het is een vreemde tegenstelling in de wet. Leerlingen moeten eerst gedupeerd worden voordat de staat kan ingrijpen. Dat moet toch anders kunnen?

De relatie tussen nonnen en de Pride

Bron: www.dailykos.com

Aanstaande zaterdag vindt de jaarlijkse botenparade voor de Amsterdam Pride (voorheen Gay Pride) plaats. De Amsterdam Pride kent veel verschillende deelnemers. Tijdens deze optocht ontbreekt er echter één groep die wel in veel andere Prides deelnemen: nonnen. Reeds sinds de jaren tachtig lopen nonnen namelijk mee in de Prides in verschillende steden wereldwijd. Het zijn echter niet zomaar nonnen. Nee, wie de nonnen ziet weet direct dat het niet om oude dames uit een klooster gaat. Veel van deze nonnen hebben namelijk een baard, zijn uitbundig opgemaakt of hebben bijzondere kapsels. Ze noemen zichzelf Sisters of Perpetual Indulgence.

Bron: www.metroweekly.com

Al tien tallen jaren zijn de Sisters of Perpetual Indulgence een bekende verschijning in de Verenigde Staten, die hier veel discussie oproept. In Nederland is deze orde echter nog niet gevestigd. Het zustergenootschap is in 1979 opgericht in San Francisco. Oorspronkelijk bestond de groep enkel uit homoseksuele mannen. Tegenwoordig is de groep echter verscheiden en zijn er ook lesbische, biseksuele, heteroseksuele, transgender en androgene sisters lid van de orde. Ten tijde van hun oprichting wilde de Sisters of Perpetual Indulgence aandacht vragen voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en de bestrijding van HIV en aids. Het politieke activisme van de Sisters of Perpetual Indulgence is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. Zo demonstreren ze vandaag de dag ook tegen religieuze onderdrukking en seksueel misbruik.

Sisters in de jaren ’80 Bron: www.gayinthe80s.com

Het uiterlijk van de Sisters of Perpetual Indulgence lijkt een persiflage van katholieke nonnen te zijn. Uit het onderzoek van Melissa Wilcox komt echter naar voren dat de relatie tussen de sisters en nonnen veel ingewikkelder ligt. Het persiflerende uiterlijk van de Sisters of Perpetual Indulgence gaat namelijk gepaard met een diep ontzag voor echte katholieke nonnen. Daarnaast vinden ze het een eer om zichzelf tot het zustergenootschap van de Sisters of Perpetual Indulgence te rekenen. Hoewel de kleding van de sisters bedoeld is als karikatuur, is het dus niet zo dat zij neerkijken op de katholieke nonnen aan wie zij hun klederdracht ontlenen. Sterker nog, de katholieke nonnen staan voor de sisters zelfs op een voetstuk. Ze vergelijken zichzelf met katholieke nonnen en zien paralellen doordat de sisters zich net als nonnen inzetten voor maatschappelijke kwesties. De Sisters of Perpetual Indulgence noemen zichzelf nonnen van de 21ste eeuw of non-nonnen.

De tweestrijdigheid ten opzichte van nonnen is ook terug te zien in hoe de Sisters of Perpetual Indulgence hun eigen religiositeit zien. Volgens Wilcox zien veel nonnen van dit zustergenootschap zichzelf niet als religieus, maar ook niet per definitie als seculier. Religie is voor de Sisters of Perpetual Indulgence dus niet zo zwart-wit. De sisters verenigen zich dan ook in een “religieuze orde” zonder dat zij zichzelf per definitie religieus noemen. Ze gebruiken religieuze kleding om een politiek punt te maken, maar tegelijkertijd is het niet bedoeld om deze kleding te misbruiken, of religie in zijn algemeenheid aan

Bron: www.betterwayfoundation.com

de kant te zetten. Hoewel iedere sister weer een andere persoonlijke benadering van religie, spiritualiteit en het christendom heeft maken zij wel gebruik van religieuze symbolen en verbinden zij deze religieuze symbolen aan de discussie omtrent seksualiteit en acceptatie. Wilcox benoemt terecht dat de Sisters of Perpetual Indulgence met hun vertoning een interessant spanningsveld opzoeken wanneer het gaat om religie, positieve benadering van seksualiteit en het seculiere.

M. Wilcox, “Spirituality, Activism and the ‘Post Secular’ in Sisters of Perpetual Indulgence” in Religion, Gender and Sexuality in Everyday Life. Redactie door P. Nynäs en A. Kam-Tuck Yip, 37-50. New York: Routledge, 2016.

C.B. Glen, “Queering the (Sacred) Body Politic: Considering the Performative Cultural Politics of The Sisters of Perpetual Indulgence” Theory & Event 7:1(2003).

Religieuze zaken in Harry Potter?

Bron: The Onion,

De Harry Potter hype is terug van weg geweest. Vanaf de aankondiging van de film Fantastic Beasts and Where to Find Them en het toneelstuk The Cursed Child is de aandacht toegenomen en veel twintigers en dertigers duiken terug in de fantasiewereld van hun tienerjaren. Ook in Nederland is goed te merken dat de Harry hype terug keert. De Harry Potter Expositie in Utrecht is bijvoorbeeld goed bezocht. Op het eerste gezicht lijken de Harry Potter boeken wellicht onschuldige en leuke kinderboeken. De boeken zijn echter al lange tijd onderwerp van discussie. Sommige christenen verzetten zich stevig tegen de Harry Potter boeken. Tegelijkertijd claimen anderen dat er een duidelijke christelijke referentie in het verhaal van The Boy Who Lived zit. Welke argumenten worden er nu precies gebruikt voor beide visies?

Voor sommige christenen (en andere religieuze mensen) heeft de wereld van Harry Potter veel verwantschap met wicca en het  occulte. Deze religieuze mensen zien de Harry Potter boeken als een propaganda van levensbeschouwingen die gepaard gaan met magie en geheimen. Veel christenen willen de verhalen over magie, wicca en het occulte niet aan hun kinderen overdragen. Daarnaast komen er in het verhaal vreemde wezens, geesten, trollen en bezeten objecten voor. Ideeën over een wereld waarin demonen en bezeten objecten bestaan, strookt niet met de opvattingen van sommige religieuze stromingen. Zij vinden het gevaarlijk om dergelijke ideeën en fantasieën met kinderen te bespreken omdat jonge mensen nog erg beïnvloedbaar zijn. Op veel christelijke scholen worden de Harry Potter boeken dan ook geweerd. Docenten mogen de boeken dan niet op de leeslijst zetten of klassikaal bespreken. Tegelijkertijd zijn er ook veel mensen die juist een christelijke invloed in de Harry Potter boeken herkennen.

Bron: megan2763.wordpress.com/

Naast dat auteur Joanne Rowling zichzelf als christelijk beschouwt, zien veel mensen parallellen met Bijbelverhalen. Rowling vertelt zelf ook dat ze christelijke inspiratie heeft gebruikt voor haar verhalen. Zo is Harry Potter in de magiewereld de verlosser van het kwaad (Lord Voldemort) die is voorspeld. Harry is in de magiewereld de Messias. Niet alle aanwijzingen zijn echter zo duidelijk en helder. Veel gebeurtenissen in het boek hebben iets meer uitleg nodig. In het derde boek bijvoorbeeld, is er een moment waarop Harry in zichzelf gaat geloven en een openbaring krijgt. Hij spreekt in dit onderdeel van het verhaal de spreuk “Expecto Patronum” uit. Dit kan worden vertaald naar “in afwachting van de vader”.  Nadat de spreuk hem lukt, is Harry overtuigd van zijn eigen kunnen. Ook het personage Albus Dumbledore is gebaseerd op een Bijbels figuur. Het begeleidende en zorgende karakter van Dumbledore ten opzichte van Harry is geïnspireerd op Johannes de Doper in relatie tot Jezus. Dit zijn slechts voorbeelden van alle verwijzingen naar de Bijbelse verhalen die er in de zeven boeken en acht films terug zijn te vinden en worden genoemd.

Nu de Harry Potter hype voortleeft in de films van Fantastic Beasts and Where to Find Them is het de vraag waar de discussie nu verder naartoe gaat. Het gaat immers om dezelfde wereld waarin deze verhalen zich afspelen, het overwinnen van kwaad staat nog steeds centraal maar het is een compleet nieuw verhaal. Is dit nu ook onchristelijk, of juist christelijk? Of geen van beide?

Bronnen:

5 Ways Harry Potter Mirrors the Christian Story


http://www.telegraph.co.uk/culture/books/fictionreviews/3668658/J-K-Rowling-Christianity-inspired-Harry-Potter.html

Soeni en Sjii | Wat is wat? Wie is wie? | een korte, versimpelde uitleg.

Soeni en Sjii | Wat is wat? Wie is wie? | een korte, versimpelde uitleg.

In nieuwsberichten en tv-items over de islam worden de termen “soennitisch” en “sjiiti vaak gebruikt. Voor lang niet  iedereen is duidelijk wat daarmee wordt bedoeld en wat het verschil is. De islam is versimpeld op te delen in twee hoofdstromingen: het soennisme en sjiisme.

Koran

De volgelingen worden soennieten en sjiieten genoemd. Beide groepen zijn volgelingen van de profeet Mohammed, die tussen ca. 570 en 632 leefde. De tweedeling tussen soennieten en sjiieten is ontstaan nadat Mohammed overleed en er opvolgers (kaliefen) voor het leiderschap van de moslimgemeenschap moesten worden aangewezen.

Over de eerste drie rechtmatige opvolgers (rechtgeleide kaliefen) van Mohammed zijn de meeste moslims het eens: Abu Bakr, Omar, Uthman en Ali. Toen de derde kalief, Uthman, werd vermoord, ontstond er echter een breuk in de islamitische gemeenschap. De neef en schoonzoon van Mohammed, Ali, werd door de islamitische gemeenschap gekozen als nieuwe kalief, maar daar was niet iedereen het mee eens. Dit is dan ook waar het verschil en de tweedeling tussen soennieten en sjiieten begint. Sjiieten zijn simpel gezegd volgelingen van Ali en zijn nakomelingen. Zij zien Ali als belangrijkste kalief na de dood van Mohammed. Volgens soennieten is deze hoge plaats voor Ali ten opzichte van de andere kaliefen onterecht. Ook vinden soennieten dat de kalief opvolging op basis van keuze vanuit de meerderheid van de islamitische bevolking hoort te liggen. Sjiieten vinden echter dat de kaliefen-lijn verder hoort te gaan met de zoons en nakomelingen van Ali.  Soennisme en sjiisme zijn dus ontstaan als gevolg van de de vraag wie het rechtmatige leiderschap over de islamitische gemeenschap heeft. Deze vraag heeft tot op de dag van vandaag invloed. De tijd heeft echter niet stilgestaan want beide stromingen kennen vandaag de dag veel verschillende vormen en aftakkingen. De meerderheid van de islamitische bevolking volgt een soennitische vorm van de islam.

De islam heeft vooral veel volgelingen in het Midden-Oosten, Turkije, Noord-Afrika en grote delen van Azië (Indonesië en India bijvoorbeeld). In de andere delen van de wereld wonen uiteraard ook moslims, maar daar vormen zij een kleine minderheid van de bevolking. Het grootste gedeelte van de islamitische bevolking beleid zijn of haar geloof in vrede en rust. In het nieuws wordt echter vaak gesproken over mensen die zichzelf identificeren als moslimgroep en die onder de vlag van “de islam” terreurdaden plegen en andere mensen (vaak ook islamitische mensen) onderdrukken. De Taliban, Al-Qaida, Islamitische Staat (IS) en het bewind van de Ayatollah in Iran zijn daar voorbeelden van. De Taliban (heersers in Pakistan en Afghanistan), Al-Qaida (de terreurgroep van Osama bin Laden) en IS rekenen zichzelf tot een vorm van de soennitische islam. De Ayatollah (hoogste leider) in Iran voert een bewind dat tot een sjiitische vorm van de islam wordt gerekend. Zowel het soennisme als het sjiisme kent dus groepen die andere mensen onderdrukken en terreurdaden plegen onder de vlag van hun geloof, maar deze groepen zijn uitzonderingen en niet de regel wanneer het gaat om geloofsuitingen in de islam.

Bron: Ira M. Lapidus, A History of Islamic Societies (Cambridge University Press, 2014)

Is een hoofddoek vrouwonvriendelijk?

Religiewetenschappers krijgen vaak de opmerking: maar de islam is toch vrouwonvriendelijk!

foto credit: fashionlady.in

Vaak verwacht men dan een bevestiging van dit statement, wat wij als religiewetenschappers simpelweg niet kunnen geven. De islam is namelijk erg veelzijdig en zeker niet vrouwonvriendelijker dan het christendom, jodendom, hindoeïsme of de seculiere wereld. Zo bestaat er islamitisch feminisme en zijn er zelfs hoogleraren gespecialiseerd in feminisme, gender en religie, zoals Anne-Marie Korte, Judith Plaskow en Saba Mahmood. Maar is de hoofddoek dan geen vorm van vrouwenonderdrukking? Is de hoofddoek niet vrouwonvriendelijk?

foto credit: the-best-islamic-clothing.com

Kort gezegd nee, tenminste, niet per definitie. Voor veel islamitische vrouwen is het een keuze om een hoofddoek (hijab) te dragen. Dit is voor hen een teken van een toewijding aan Allah, aan God. Een moslima vertelde mij onlangs dat ze het dragen van een hoofddoek aan niet-religieuzen vaak uitlegt aan de hand van het voorbeeld van een overtuiging die mensen makkelijker begrijpen: vegetarisme. Mensen stoppen met het eten van vlees omdat ze er van overtuigd zijn dat dit beter is voor de wereld, dat dit beter is voor dieren. Vegetarisme is een keuze en niet opgelegd. De vrouw die dit voorbeeld aan mij gaf vertelde mij dat zij na 26 jaar pas haar hoofddoek is gaan dragen, omdat zij het zelf wilde.

Tegelijkertijd zijn er wel degelijk vrouwen die gedwongen een hoofddoek moeten dragen. Veel vrouwen in Iran willen bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen, maar zij kunnen simpelweg niet over straat zonder zichzelf te bedekken. Het is echter onterecht om te denken dat de hoofddoek het enige opgedrongen kledingstuk voor vrouwen is. In de westerse wereld bestaan er genoeg voorbeelden waaruit juist het dragen van minimalistische kleding (korte broekjes, niets verhullende lingerie, pakjes en bikini’s) wordt opgedrongen aan vrouwen door mannen. Zo is naaktheid een vereiste

Cartoon door Malcolm Evans

in de seksindustrie en de westerse mode moedigt het dragen van korte, strakke kleding vaak aan.

Daarnaast is het ook onterecht om te denken dat alleen vrouwen bepaalde kledingstukken krijgen opgedrongen. Zo moeten sommige joodse mannen keppeltjes dragen, zakenmannen behoren een donkerblauw of grijs pak te dragen met bruine nette schoenen en sommige islamitische mannen moeten een lang gewaad dragen.

Het opdringen van kledingstukken beperkt zich dus niet tot de islam en niet tot vrouwen. Doordat er vaak de nadruk wordt gelegd op het feit dat niet iedere vrouw kan kiezen of zij een hoofddoek draagt of niet, wordt er voorbijgegaan aan de vrouwen voor wie het een bewuste keuze is. De stem die vaak het minst wordt gehoord in de discussie over de hijab, is de stem van de vrouw zelf. Terwijl dit eigenlijk de enige stem is die er echt toe doet. 

 

  • Meer lezen over islamitisch feminisme, islam en gender of over het dragen van de hijab? Lees dan de artikelen en boeken van Saba Mahmood! Bijvoorbeeld Politics of Piety: The Islamic Revival and the Feminist Subject.
  • Ook leuk, het mediabedrijf ATTN: had onlangs een post over een meisje en haar verhaal over het dragen van de hijab. 
Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On InstagramVisit Us On Linkedin