Is een hoofddoek vrouwonvriendelijk?

Religiewetenschappers krijgen vaak de opmerking: maar de islam is toch vrouwonvriendelijk!

foto credit: fashionlady.in

Vaak verwacht men dan een bevestiging van dit statement, wat wij als religiewetenschappers simpelweg niet kunnen geven. De islam is namelijk erg veelzijdig en zeker niet vrouwonvriendelijker dan het christendom, jodendom, hindoeïsme of de seculiere wereld. Zo bestaat er islamitisch feminisme en zijn er zelfs hoogleraren gespecialiseerd in feminisme, gender en religie, zoals Anne-Marie Korte, Judith Plaskow en Saba Mahmood. Maar is de hoofddoek dan geen vorm van vrouwenonderdrukking? Is de hoofddoek niet vrouwonvriendelijk?

foto credit: the-best-islamic-clothing.com

Kort gezegd nee, tenminste, niet per definitie. Voor veel islamitische vrouwen is het een keuze om een hoofddoek (hijab) te dragen. Dit is voor hen een teken van een toewijding aan Allah, aan God. Een moslima vertelde mij onlangs dat ze het dragen van een hoofddoek aan niet-religieuzen vaak uitlegt aan de hand van het voorbeeld van een overtuiging die mensen makkelijker begrijpen: vegetarisme. Mensen stoppen met het eten van vlees omdat ze er van overtuigd zijn dat dit beter is voor de wereld, dat dit beter is voor dieren. Vegetarisme is een keuze en niet opgelegd. De vrouw die dit voorbeeld aan mij gaf vertelde mij dat zij na 26 jaar pas haar hoofddoek is gaan dragen, omdat zij het zelf wilde.

Tegelijkertijd zijn er wel degelijk vrouwen die gedwongen een hoofddoek moeten dragen. Veel vrouwen in Iran willen bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen, maar zij kunnen simpelweg niet over straat zonder zichzelf te bedekken. Het is echter onterecht om te denken dat de hoofddoek het enige opgedrongen kledingstuk voor vrouwen is. In de westerse wereld bestaan er genoeg voorbeelden waaruit juist het dragen van minimalistische kleding (korte broekjes, niets verhullende lingerie, pakjes en bikini’s) wordt opgedrongen aan vrouwen door mannen. Zo is naaktheid een vereiste

Cartoon door Malcolm Evans

in de seksindustrie en de westerse mode moedigt het dragen van korte, strakke kleding vaak aan.

Daarnaast is het ook onterecht om te denken dat alleen vrouwen bepaalde kledingstukken krijgen opgedrongen. Zo moeten sommige joodse mannen keppeltjes dragen, zakenmannen behoren een donkerblauw of grijs pak te dragen met bruine nette schoenen en sommige islamitische mannen moeten een lang gewaad dragen.

Het opdringen van kledingstukken beperkt zich dus niet tot de islam en niet tot vrouwen. Doordat er vaak de nadruk wordt gelegd op het feit dat niet iedere vrouw kan kiezen of zij een hoofddoek draagt of niet, wordt er voorbijgegaan aan de vrouwen voor wie het een bewuste keuze is. De stem die vaak het minst wordt gehoord in de discussie over de hijab, is de stem van de vrouw zelf. Terwijl dit eigenlijk de enige stem is die er echt toe doet. 

 

  • Meer lezen over islamitisch feminisme, islam en gender of over het dragen van de hijab? Lees dan de artikelen en boeken van Saba Mahmood! Bijvoorbeeld Politics of Piety: The Islamic Revival and the Feminist Subject.
  • Ook leuk, het mediabedrijf ATTN: had onlangs een post over een meisje en haar verhaal over het dragen van de hijab. 

Op de barricades voor de paashaas

Het is weer bijna Pasen! Dat betekent paaseitjes, paashazen, paastakken, paasbroodjes, paasontbijtjes en … het paasverhaal?

Pasen hoort er voor veel Nederlanders bij, evenals Kerst en (vaak in mindere mate) Pinksteren. Dat het daarbij niet alleen draait om het feit dat het vrije dagen oplevert, blijkt wel uit de commotie die ontstaat op het moment dat men van de traditionele invulling van deze feestdagen afwijkt. De HEMA weet daar bijvoorbeeld alles van. Tegelijkertijd is het ook zo dat er eigenlijk weinig ‘traditioneels’ meer is aan onze invulling van deze feestdagen. Zondag schreef filosoof en columnist Ger Groot in Trouw:

Photo credit: Foter.com

“Met Pasen hebben al die hazen, eieren en stollen weinig te maken. De apostelen gingen na de Verrijzenis net zo min op zoek naar beschilderd scharrelmateriaal als de Heilige Jozef bij het betrekken van de stal eropuit trok om een kerstboom te verschalken.”

Naast dat Groot hier een ironisch en ietwat lachwekkend beeld schetst, legt hij hier ook een interessant fenomeen bloot. Er gebeuren in Nederland eigenlijk twee dingen tegelijkertijd. Aan de ene kant hechten veel Nederlanders nog heel veel waarde aan religieuze feestdagen, terwijl zij zelf niet religieus zijn. Je kunt in Nederland fel voorstander zijn van de scheiding van kerk en staat en tegelijkertijd heel veel waarde hechten aan Kerst. Daar kijkt niemand vreemd van op. Aan de andere kant hebben we door de jaren heen deze religieuze feestdagen een hele niet-religieuze invulling gegeven. Dat er geen kerstboom in het stalletje in Bethlehem stond, zal voor niemand echt een verrassing zijn. Toch ‘hoort het nu eenmaal erbij’. Binnen de sociologie van religie wordt dit cultural christianity genoemd: een culturele hechting aan het christendom, zonder dat de religie op zichzelf daarbij nu heel relevant is.

Allemaal leuk en aardig, maar waarom is dit erg, zult u zich wellicht afvragen? Welnu, erg is het inderdaad niet. Interessant is het echter wel. Wat ik hierboven uiteenzet heeft namelijk te maken met identiteit. Met onze persoonlijke identiteit, maar ook met identiteiten van groepen, organisaties, zelfs bevolkingsgroepen of landen. Neem bijvoorbeeld een bedrijf of school dat zichzelf een christelijke identiteit aanmeet. Er doen zich in zo’n geval belangrijke vragen voor die in verband staan met het bovenstaande. Hoe zien wij deze religieuze identiteit? Wat is daarvoor van essentieel belang en wat niet? Brengt het knutselen van paastakken de boodschap over die wij willen uitdragen? In hoeverre beroepen wij ons in ons identiteitsbeleid op een soort ‘folklore’?

Photo credit: Foter.com

Identiteiten zijn een mix van traditie, religie, cultuur en alles daar tussen in. Een identiteit lijkt een vaststaand gegeven, maar is tegelijkertijd verandert door allerlei invloeden. Ons advies? Blijf scherp en blijf kritisch. Hou je prioriteiten en overtuigingen als organisatie helder, maar wees niet bang voor verandering. Zalig Pasen!

Is religie eng?

Ruim tien jaar geleden brachten De Vliegende Panters een nummer uit waarin ze de draak staken met ‘islamofobie’. Begeleid door trompetgeschal en een fanfare zongen ze “We worden bedreigd, door de moslims, ja wij zijn bang voor de islam”. Dit ludieke nummer is vandaag de dag nog steeds zeer actueel: mensen zijn nog steeds bang –en steeds banger– voor religie, voor de islam. Is het wel logisch om bang te zijn voor een religie? Met alle aanslagen van de afgelopen jaren lijkt dat wel zo, maar is het de religie die we vrezen of zijn het simpelweg mensen die geweld plegen? Welke rol speelt religie in dit geweld?

Bron afbeelding: www.tzum.info

Arjen Lubach presenteerde op 26 maart in zijn show Zondag Met Lubach “De Heilige Boekenlegger” ter bestrijding van het internationale terrorisme. Want, zo claimde Lubach, als mensen hun heilige boek lezen en er door geïnspireerd raken om te handelen dan zou dit een goede beslisboom zijn. Hoewel het idee van de Heilige Boekenlegger uiteraard ludiek bedoeld is, laat het wel zien hoe er over de rol van religie ten opzichte van geweld en terreur wordt gedacht.

De verhouding tussen religie en geweld is echter niet zo simpel als De Heilige Boekenlegger doet lijken. De keuze die iemand maakt om geweld of een aanslag te plegen kent meer factoren dan pure inspiratie uit een boek. Dr. Luciën van Liere vertelde in zijn lezing van 28 februari dat religie voornamelijk een sociale rol heeft. Het is een onderdeel van de samenleving waarin mensen leven. Bij geweldpleging en aanslagen is religie niet het uitgangspunt om te handelen, maar is religie het bindmiddel van een sociale kring. Maar als religie niet de reden voor geweld is, wat dan wel?

Bron afbeelding:
www.sientias.nl

Één van de motivaties om over te gaan tot geweld, is volgens Van Liere dat de dader zich herkent in slachtoffers uit zijn gemeenschap. Geweld is dan een vorm van wraak voor gevallen slachtoffers uit de sociale groep van de dader. Vooral vrouwelijke en kinder-slachtoffers roepen veel emotie op. Van Liere legt uit dat bijvoorbeeld Osama bin Laden (New York 2001) en Imam Samudra (Bali 2002) hun terroristische daad rechtvaardigen als wraak omwille van vrouwen en kinderen die gedood zijn door westerse troepen. Maar als religie niet de motivatie voor geweld is, moeten we dan nog bang zijn voor religie?

Nee, religie is niet eng. Religie op zichzelf roept niet op tot geweld. Mensen roepen op tot geweld en halen hun inspiratiebron uit allerlei factoren. De rol van religie is dat het mensen verbindt, zoals het –veel vaker dan op slechte manieren– ook op goede manieren doet. Zo zijn er veel religieuze stichtingen

Bron afbeelding: www.kuleuven.be

die zich inzetten voor mensen die het minder hebben of die het niet alleen kunnen. Kerken, moskeeën, synagogen, tempels en andere gebedshuizen zijn ruimten waar mensen steun ervaren en waar bewust in groepsverband wordt gebeden, gezongen en gesproken. Zoals Van Liere aangeeft moet er bij geweldpleging worden gekeken naar de dader/daders in hun sociale omgeving, waarbij religie een rol speelt, maar niet de hoofdrol.

Deze blog is gebaseerd op een artikel en lezing van Luciën van Liere. Voor het artikel klik hier.

Voor informatie over De Heilig Boekenlegger van Arjan Lubach klik hier.

 

Wat als je je leerlingen niet meer begrijpt?

Uit onderzoek van Duo Onderwijsonderzoek is gebleken dat 1 op de 9 docenten in het voortgezet onderwijs “gevoelige onderwerpen” vermijdt. Het gaat dan om onderwerpen als terrorisme, homoseksualiteit, de holocaust en de politieke situatie in Rusland en in Turkije. Het belangrijkste argument dat deze docenten aandragen voor het omzeilen van dergelijke discussies is de “toegenomen tegenstelling die wordt ervaren tussen westerse en niet-westerse normen en waarden.”

Blijkbaar zijn er docenten in Nederland die zich niet veilig voelen voor de klas. Bestaat er de angst voor onrust en ruzie als men zich negatief uitspreekt over de situatie in Turkije of Rusland. De omgang met terroristische aanslagen is ook een pijnpunt. Vele leraren zullen de dag na de aanslag in Londen, vandaag een week geleden, met het lood in de schoenen voor de klas hebben gestaan. Als je voor een klas staat met bijna alleen maar islamitische leerlingen bijvoorbeeld, maar ook als je voor een klas staat met slechts één islamitische leerling. Want hoe voorkom je stigmatisering, terwijl je een onderwerp wel bespreekbaar wilt maken? Hoe geef je iedereen de ruimte?

Photo credit: Cali4beach via Foter.com / CC BY

Duidelijk is dat veel docenten in Nederland een kloof ervaren tussen henzelf en leerlingen met een niet-westerse achtergrond; een culturele kloof die zij niet kunnen overbruggen. Hiermee gepaard gaat dat ruim veertig procent van de docenten in het middelbaar onderwijs segregatie, mislukte integratie en gebrek aan respect voor elkaars achtergrond signaleert.

Juist in het onderwijs, een plek waar kinderen van verschillende achtergronden als het ware gedwongen worden om met elkaar om te gaan, zou de dialoog opengebroken moeten worden. Over religie, over culturele normen en waarden én over de meer gevoelige onderwerpen. De grootste kans op mentaliteitsverandering zit hem immers bij de jeugd. Echter, dan moet daarin wel geïnvesteerd worden; een dergelijke verandering gebeurt vaak niet uit zichzelf.

Een mogelijk middel dat hierbij zou kunnen helpen is het verwerven van kennis over de culturele achtergrond van de leerlingen waarmee de grootste kloof ervaren wordt. Waar zitten de grootste culturele verschillen? Met wat voor gedachtegoed groeien zij op? Waar liggen hún interesses? Waar baseren zij hun meningen op? Op de Nederlandse lerarenopleidingen wordt bedroevend weinig aandacht besteed aan verschillende religies en culturele achtergronden, terwijl zij eenmaal voor de klas hier wel mee te maken krijgen. Dit is alleszins oneerlijk te noemen tegenover leraren.

Laat ik duidelijk zijn: ik pleit níet voor deze kennis om leraren nog beter om de hete brij te laten draaien. Het staat buiten kijf dat leerkrachten zich veilig zouden moeten voelen, dat er niet gejuicht wordt in klassen na een terroristische aanslag en dat de holocaust onderdeel is van het Nederlands curriculum. Wel geloof ik dat leraren gebaat zouden zijn bij meer begrip omtrent de gevoeligheden van hun leerlingen. Iemand begrijpen wil niet per definitie zeggen dat je iemands ideeën accepteert. Het kan echter wel bijdragen aan het langzaamaan openen van het dialoog in de klas.

 

Hoe ga je om met gevoelige onderwerpen? Hier alvast 5 tips om te beginnen:

Photo credit: LindaH via Foter.com / CC BY

 

  1. Ik zei het eerder het al: doe kennis op. Zorg dat je begrijpt waar de mogelijke weerstand bij je leerlingen vandaan komt en hoe je hierop kunt reageren. Kennis doe je bijvoorbeeld op door jezelf een beetje bij te scholen, of door een gerichte training te volgen.
  2. Ga in discussie, maar stel van tevoren duidelijke grenzen. Voorkom dat de discussie escaleert door gevoelige onderwerpen van tevoren goed af te bakenen. Wat voor jou als docent acceptabel is, is persoonlijk, maar maak dit van tevoren goed duidelijk aan je leerlingen. Zo heb je duidelijke richtlijnen waarmee je kunt ingrijpen als de discussie uit de hand loopt.
  3. Scholen: schuif niet alles af op de leraar maatschappijleer of levensbeschouwing! Het is een illusie dat gevoelige onderwerpen alleen op tafel komen bij de vakken waar ze ‘bijhoren’. Als er een staatsgreep of aanslag is gepleegd, gaan leerlingen niet rustig wachten tot hun maatschappijleerles van het zesde uur. Zorg dat alle leraren zich gesterkt voelen om dergelijke onderwerpen aan te snijden.
  4. Geef ruimte aan religie in je lessen. Zelf kan ik mij goed herinneren dat er bij geschiedenis op de middelbare school meer tijd werd besteed aan de gang naar Canossa (de wat? Precies ja) dan aan de islam. Tegenwoordig kom je daar als docent écht niet meer mee weg, zeker niet als je meerdere islamitische leerlingen in de klas hebt. Speel in op de behoefte van je leerlingen.
  5. Blijf gematigd. Discussies kunnen soms best fel worden, zonder dat ze uit de hand lopen. Zorg ervoor dat jij, de docent, niet de reden bent dat ze escaleren. Blijf gematigd en sta open voor de meningen van je leerlingen. Iedere scholier, van welke afkomst dan ook, zou het gevoel moeten hebben dat hij of zij vrijelijk voor zijn ideeën uit mag komen. Houdt hierbij natuurlijk altijd tip 2 in de gaten!

 

Deze blog is geïnspireerd door de publicatie “Een op de negen leraren vermijdt gevoelige onderwerpen” van de NOS. Citaten zijn ook uit dit artikel afkomstig. Om het hele artikel te lezen, klik hier

Minder religieus, of ánders religieus?

“Jongeren steeds minder vaak religieus” kopte Trouw recentelijk. In de afgelopen 10 jaar is het aantal religieuze jongeren gedaald tot 41%, aldus een onderzoek van het CBS. Ongeveer de helft van die jongeren is christen. Het resterende percentage valt uiteen in moslims, boeddhisten en hindoes. Dergelijke cijfers worden graag aangegrepen als een argument voor theorieën over secularisering en het verdwijnen van religie uit de samenleving. Immers, slechts 41% van de jongeren tot 25 jaar identificeert zich nog als religieus. Dit aantal daalt al jaren.

Maar, moeten we ons afvragen, is onze definitie van religie niet ook erg nauw? In de afgelopen jaren heeft religiewetenschappelijk onderzoek zich opengesteld voor new age, individualisering van het geloofsleven, spiritualiteit en multiple-religious-belonging. Als er íets is wat we ons in de afgelopen decennia hebben gerealiseerd, dan is het dat religie veel meer is dan traditionele, geïnstitutionaliseerde systemen.

Naar onze mening is dit een goede ontwikkeling. Hoewel we altijd kritisch moeten kijken naar wat we wel en niet als religie bestempelen, moeten we tegelijkertijd open staan voor alle verschillende, individuele manieren waarop mensen hun leven zin geven. Helaas is deze variëteit aan manieren wel moeilijker te meten, met als gevolg dat onderzoeken ze vaak links laten liggen. Het CBS richt zich op de grote religieuze instituten, zoals christendom en islam. Een ander groot onderzoek wat recent werd gepresenteerd, de nieuwste uitgave van God in Nederland, keek zelfs niet eens verder dan het christendom. Het is niet zo dat deze onderzoeken niet belangrijk zijn: in tegendeel, ze kunnen zeer zinnige data opleveren. Wel blijft het belangrijk dat we kritisch blijven kijken naar de inhoud van de onderzoeken. De religieuze nuance van Nederland is namelijk niet in een krantenkop te vangen.

 

Deze blog is een reactie op het artikel “Jongeren zijn steeds minder vaak religieus”, gepubliceerd in Trouw op 22 februari 2017. Voor het volledige artikel, klik hier.

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On InstagramVisit Us On Linkedin