Een kroeg, een bibliotheek en een moskee: kerkgebouwen?

In Nederland is er al sinds de jaren zestig sprake van een leegloop van kerken. Dat betekent dat de kerkgebouwen die Nederland rijk is, steeds minder worden gebruikt voor christelijke kerkdiensten. Sommige kerken worden afgebroken. Andere kerken krijgen een nieuwe of andere functie. Voor veel christelijke gemeenten betekent het dat zij afscheid moeten nemen van hun religieuze ruimte. Het is voor gemeenteleden dus een gebouw met veel herinneringen en emotionele waarde. De herbestemming van kerkgebouwen is dan ook niet zo maar iets en moet zorgvuldig gebeuren. De plaatselijke gemeente en het kerkbestuur bekijken vaak samen de oplossingen en stellen voorwaarden op. De afgelopen decennia is een aantal kerken met een nieuwe bestemming erg bekend geworden.

 

Utrecht Maria Minor Belgisch Biercafé Olivier

Bron: Biernet.nl

Eén van de bekendste herbestemde kerken is Maria Minor in Utrecht. Deze katholieke schuilkerk is vandaag de dag beter bekend als Belgisch Biercafé Olivier. Rond 1970 raakt de kerk buiten gebruikt als gebedshuis. De huidige ondernemers van Olivier hechtte echter wel waarde aan de religieuze/kerkelijke kenmerken van het gebouw. Maria en Jezus prijken aan de muur en ook het orgel is behouden.

Naast de kerkelijke architectuur is er dus meer christelijk gedachtegoed terug te vinden. Waarom de beelden, het orgel en andere elementen zijn behouden heeft te maken

Bron: https://utrecht.cafe-olivier.be/

met monumentaal erfgoed. Bepaalde elementen zijn essentieel om de historie van een pand te kunnen vatten. De religieuze elementen geven duidelijk weer dat het Belgische Biercafé Olivier ooit een kerk is geweest. Dat maakt de horecagelegenheid voor veel mensen extra bijzonder, ook als zij niet religieus of christelijk zijn.

 

Maastricht – Dominicanenkerk – Boekhandel Dominicanen

Bron: Facebook Boekhandel Dominicanen

De Dominicanenkerk was al lange tijd niet meer in gebruik toen het werd omgetoverd tot een boekhandel. De kerk was een monument en werd voor van alles gebruikt. Hoewel de religieuze functie van de kerk niet meer ter discussie stond tijdens de herbestemming tot boekhandel is er wel zorgvuldig met de architectuur omgegaan. De stellage die in de kerk is gebouwd, is niet verbonden met de originele constructie van het pand. Het interieur kan er dus worden uitgehaald zonder dat het de authentieke architectuur aantast.

Bron: https://www.metronieuws.nl/

Het kerkgebouw van de Dominicanenkerk heeft dus al lange tijd geen religieuze invulling meer. Toch blijft het een gebouw wat bijzonder wordt gevonden. Door veel toeristenorganisaties wordt het gebouw en de huidige boekhandel geprezen om zijn schoonheid. Aan het gebouw zelf wordt dus een esthetische waarde toegekend. De kerk wordt door veel mensen veel te mooi gevonden om te mogen worden afgebroken en de boekhandel lijkt de ideale herbestemming te zijn voor dit voormalig kerkgebouw.

 

Amsterdam – St. Ignatiuskerk – Fatih Moskee

Auteursrechten: Phototraveller

Op de Rozengracht in Amsterdam werd in de jaren twintig de St. Ignatiuskerk gebouwd. Deze katholieke jezuïeten kerk raakte in de jaren zeventig buiten gebruik als religieus gebedshuis. De kerk werd echter niet direct een moskee, maar kreeg eerst andere bestemmingen zoals een tapijtenwinkel en een muziekpaleis. In de jaren tachtig werd het gebouw herbestemd om wederom een gebedshuis te worden, maar dit maal voor moslims.

 

Bron: http://www.tussentaalenbeeld.nl/

De transformatie van de St. Ignatiuskerk naar Fatih Moskee is breed onderzocht en veel besproken. Het is immers een bijzonder proces waarbij twee religieuze tradities met elkaar in aanraking komen. Om de St. Ignatiuskerk te transformeren tot de Fatih Moskee moest er veel aan worden veranderd. Moslims hebben immers andere rituelen dan Jezuïeten. De ingang is verplaatst, er ligt tapijt, er prijkt een Arabische tekst op de muur en er hangen grote kroonluchters. Aan de architectuur en het roosvenster is echter goed te herkennen dat het gebouw vroeger ook dienst deed als kerk. Deze mooie architectuur heeft er wellicht ook voor gezorgd dat de Islamitische Stichting Nederland (ISN), zag dat dit goed dienst kon doen als moskee in het centrum van Amsterdam.

 

Herbestemming van kerkgebouwen

Voor veel mensen hebben kerkgebouwen een sentimentele of esthetische waarde. Wanneer de christelijke en rituele traditie uit de kerk verdwijnt betekent het niet dat het gebouw niets meer waard is. Voor veel kerkgebouwen worden er nieuwe invullingen bedacht. Soms komt er een nieuwe of andere religieuze traditie in dit zelfde kerkgebouw, maar vaak wordt het bouwwerk omgetoverd naar iets totaal anders. Maar zelfs wanneer een kerk een café wordt, blijft de religieuze geschiedenis een belangrijk aspect van het gebouw, die niet zomaar verdwijnt.

N.B. De leegloop van kerkgebouwen betekent niet dat Nederland per definitie minder religieus wordt. Het betekent wel dat de gevestigde geïnstitutionaliseerde christelijke geloven minder leden hebben.

N.B. 2: Dit artikel bevat korte beschrijvingen van de transformatie van drie oude kerken. Over dit onderwerp is nog veel meer te vertellen, geschreven en te vinden.

 

Bronnen

Voor meer informatie over de herbestemming van kerkgebouwen zie het project The Urban SacredReligious Matters en Iconic Religion.

Nederlandse Religiegeschiedenis, door Joris van Eijnatten 

Over de verbouwing van Maria Minor tot Olivier

Over de Dominicanenkerk tot Boekhandel Dominicanen, ook hier

Over de St. Ignatiuskerk tot Fatih Moskee en het onderzoek van Daan Beekers

De discussie Voltooid Leven: D66 – ChristenUnie, Seculier- Christelijk?

De discussie over het wetsvoorstel omtrent Voltooid Leven tussen D66 en de ChristenUnie (CU) wordt vaak afgedaan als een discussie tussen progressieve seculieren en conservatieve christenen. Beide partijen onderbouwen hun standpunten echter met het idee van menswaardigheid. Hoe is de discussie ontstaan? Hoe zien de standpunten van D66 en CU er uit en welke rol spelen de levensbeschouwelijke opvattingen van beide partijen in dit debat?

Bron: Novummagazine.nl

Het ontstaan van de discussie

In 2010 werd er een burgerinitiatief (Uit Vrije Wil) gestart dat zich bekommert om begeleiding van vrijwillige levensbeëindiging bij mensen die medisch gezien niet in aanmerking komen voor de euthanasiewet. Deze mensen lijden lichamelijk niet genoeg om in aanmerking te komen voor euthanasie. Volgens het burgerinitiatief is bij deze mensen echter sprake van een psychologische lijdensweg waarbij zij hun bestaan niet meer als nuttig ervaren. Uit Vrije Wil kreeg 116.871 steunbetuigingen en diende dit idee in bij de tweede kamer. D66 Kamerlid Pia Dijkstra is uiteindelijk degene geweest die zich heeft bezig gehouden met een wetsvoorstel. In de tussentijd is er een adviescommissie van de tweede kamer geweest die zich over de kwestie heeft gebogen. De commissie heeft bestudeerd of het juridisch, medisch en ethisch verantwoord is om een nieuw wetsvoorstel te accepteren. Deze commissie heeft een rapport uitgebracht (bekend als rapport Schnabel) met een negatief advies.

 

D66 – Seculiere liberalen

D66 is duidelijk voorstander van levensbeëindiging bij Voltooid Leven. De partij beroept zich op het zelfbeschikkingsrecht. Volgens dit recht bepaalt ieder mens zelf wat er met zijn of haar lichaam gebeurt en hoe zij hun leven leiden. Wanneer mensen hun lichaam willen laten stoppen met werken en hun leven niet verder willen leiden, valt dit volgens D66 onder zelfbeschikking en moet dit worden gefaciliteerd vanuit de zorg. Hierdoor is het mogelijk voor deze mensen om op een menswaardige  manier sterven. Hoe zit dit idee nu verweven met de identiteit en levensbeschouwelijke opvattingen van deze partij?

D66 kent vijf richtingwijzers waaruit zij haar standpunten en visie ontleent: Vertrouw op de eigen kracht van mensen, Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving, Denk en handel internationaal, Beloon prestatie en deel de welvaart, Koester de grondrechten en gedeelde waarden. Uit het standpunt omtrent Voltooid Leven komen de eerste en de laatste richtingwijzer sterk naar voren. De partij beroept zich immers op grondrechten (zelfbeschikking). D66 vindt dat mensen zelf de keuze kunnen maken om hun leven met medische hulp te laten beëindigen.

Hoe D66 het vertrouwen in de eigen kracht van mensen ziet is opgenomen in een uitgebreid manifest. Hierin staat dat de partij een seculiere partij is die ruimte laat voor religie. D66 noemt veel verschillende grote denkers die als inspiratiebron voor de zienswijze van de partij hebben gefungeerd. In deze lijst staan niet alleen seculiere, maar ook religieuze denkers (bijv. Erasmus en Spinoza).

Het manifest van D66 is erg optimistisch over de kracht, creativiteit en oplossingsgerichtheid van mensen. Toch roept het manifest vragen op. De partij onderkent dat niet ieder mens per definitie goed is of goede keuzes maakt, maar D66 lijkt wel een positieve (geen naïeve) kijk op mensen te hebben. D66 gelooft in menselijke progressie. Wanneer iemand zijn of haar leven onder begeleiding mag beëindigen, lijkt de hoop in de vooruitgang van deze persoon echter opgegeven.

Daarnaast streeft D66 naar gelijkwaardigheid. Het wetsvoorstel dat er ligt, heeft echter enkel betrekking op mensen van 75 jaar en ouder. D66 geeft aan dat deze leeftijdsgrens willekeurig is. Hierdoor rijst de vraag waarom iemand van 65, 55 of zelfs jonger niet in aanmerking komt voor een Voltooid Leven, wanneer zij uitzichtloos psychisch lijden. Wie bepaalt immers op welke leeftijd iemand zijn leven heeft “uitgeleefd”? De willekeurige leeftijdsgrens wordt niet onderbouwd en strookt niet met het liberale gedachtegoed in het manifest van de partij.

De invloed van de levensbeschouwelijke opvattingen van D66 is lastig aan te wijzen. Het manifest “Vertrouw in de eigen kracht van mensen” is uitgebreid, maar niet éénduidig. Het manifest is filosofisch geschreven en multi-interpretabel. In het politieke debat wordt deze meerduidigheid echter niet besproken. De identiteit van D66 lijkt reeds ingevuld en minder interessant of relevant dan wanneer het om een religieus geïnspireerde partij gaat.

 

ChristenUnie – Christelijk en de rol van God

Bron: kampen.online

De ChristenUnie is tegen het wetsvoorstel omtrent Voltooid Leven. De partij beargumenteert dit standpunt vanuit een ethisch/moreel perspectief gericht op zorg. Volgens de ChristenUnie is euthanasie niet de oplossing voor het probleem waar ouderen tegen aan lopen. Verbetering van ouderenzorg en het versterken van sociale verbintenis in de samenleving is wel de oplossing. Het wetsvoorstel Voltooid leven wordt door de CU gezien als gevaarlijk. De partij verwijst hierbij naar het advies uit rapport Schnabel. De ChristenUnie is overduidelijk geïnspireerd op het christelijke gedachtegoed, maar noemt het geloof niet in haar argumenten. Hoe is deze christelijke inspiratie terug te zien in het standpunt van de CU over Voltooid Leven?

De ChristenUnie vertaalt haar visie naar drie kernonderdelen: Dienstbare samenleving, geloofsvrijheid en waardevol leven. De rol van God als verbinder en schepper komt duidelijk naar voren in de uitleg van deze drie kernonderdelen. Het standpunt dat de CU heeft in de discussie over Voltooid Leven komt sterk overeen met hun eerste en laatste kernonderdeel. De partij ziet immers het leven als waardevol: een geschenk van God dat moet worden gekoesterd en niet beëindigd. Daarnaast geeft de CU aan dat de oplossing voor eenzame ouderen voort moet vloeien uit de samenleving die zich in dienst zet van elkaar.

Zorg voor elkaar staat bij de ChristenUnie dus hoog in het vaandel. De partij legt dan ook uit dat de overheid kwetsbare groepen moet beschermen, wanneer zij dit zelf niet kunnen. De vraag is echter of bescherming het juiste woord is in de kwestie Voltooid Leven. Voor de doelgroep waar het om gaat is het juist een marteling en een gevecht om te blijven leven. Zij ervaren dit niet (meer) als een geschenk of iets positiefs, laat staan dat zij hun toekomst koesteren.

In de visie van de CU staat ook dat het leven van ongeneselijk zieke mensen niet zinloos moet worden gerekt. Hoewel het in deze opvattingen vaak over fysieke ziekte gaat, staat dat hier niet expliciet benoemd. Valt het laten leven van iemand ongeneselijk psychisch ziek is en dood wil, dan ook niet onder het zinloos rekken van een leven? De partij heeft echter ook de tien geboden als leidraad in haar visie verwerkt en het gebod “gij zult niet doden” gaat hier voor deze oplossing van het wegnemen van psychisch lijden van mensen.

De invloed van de christelijke opvattingen van de CU komt duidelijk naar voren in haar visie. De partij beroept zich in de discussie omtrent Voltooid Leven echter niet op christelijke argumenten. Tegelijkertijd komen de argumenten van de partij bijna naadloos overeen met haar partij visie. Doordat christelijke waarden en visies bekender zijn in het huidige debat lijken ze eenduidiger. Tegelijkertijd zijn woorden als “menswaardigheid”, “bescherming”, “ziekte” en “zinloosheid” lastige termen die in de huidige maatschappij van verschillende kanten kunnen worden belicht en uitgelegd. De standpunten in het debat over Voltooid Leven onderscheiden zich niet in seculier (D66) versus christelijk (CU). De partijen hebben echter een andere interpretatie en invulling van woorden tezamen met een ander idee over de oplossing van problemen in onze maatschappij: eenzaamheid en psychisch lijden.

 

De gebruikte bronnen vindt je hier:

Standpunten ChristenUnie over Voltooid Leven (Carla Dik-Faber)

Standpunten CU Voltooid Leven kort

Partijvisie ChristenUnie: verkort en uitgebreid

Standpunten D66 over Voltooid Leven (Pia Dijkstra)

Standpunten D66 Voltooid Leven Kort

Partijvisie D66: verkort en uitgebreid

Wetsvoorstel Voltooid Leven

Rapport Schnabel

Trouw over euthanasiewet en de rol van de zorgverlener

Financiering van bijzonder onderwijs – De zaak Stichting Islamitisch Onderwijs

Twee weken geleden deed de Raad van State uitspraak over de vraag of de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) per september 2017 een middelbare school mag openen in Amsterdam. De Raad oordeelde dat deze school gewoon geopend mag worden en dat de Nederlandse staat de plicht heeft om deze school ook te financieren. Dit zeer tegen de zin van demissionair staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker, die zich fel tegen dit plan verzet heeft.

 

Wat is de regelgeving omtrent religieus onderwijs?

Een vraag die vaak gesteld wordt in dergelijke situatie is waarom de overheid zou moeten betalen voor dit soort onderwijs. In Nederland is er toch immers sprake van scheiding van kerk en staat? Dat is waar, maar het onderwijs neemt in Nederland een bijzondere, ietwat tegenstrijdige positie in. In artikel 23 van de Grondwet -artikel 23.7, voor de juridisch puristen onder ons – is namelijk opgenomen dat:

“Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.”

Simpel verwoord staat hier dat in Nederland bijzonder onderwijs, evenals openbaar onderwijs, uit de staatskas gefinancierd wordt. Onder bijzonder onderwijs valt zowel religieus onderwijs als speciale onderwijsmethoden, zoals Jenaplan en Montessori-onderwijs. De eis die de overheid daarbij mag stellen is dat het gefinancierde onderwijs aan bepaalde didactische kwaliteitseisen voldoet.

 

Wat was het probleem?

Al met al een vrij eenduidige wetgeving dus. Toch waren er in deze zaak twee problemen die voor onrust zorgden. Ten eerste was het SIO ook verantwoordelijk voor het bestuur van een andere islamitische school, die in 2010 werd gesloten omdat de kwaliteit van het onderwijs ondermaats was. De kwaliteit van het door het SIO gegeven onderwijs wordt ook betwist door andere islamitische onderwijsinstellingen. Het tweede probleem was dat een bestuurslid van het SIO in 2014 online zijn sympathie voor IS uitsprak, wat hij pas na veel druk heeft teruggetrokken. Deze persoon is inmiddels geen lid meer van het bestuur van SIO, maar zijn uitspraken zorgden ervoor dat de integriteit van het overige bestuur van SIO ter discussie kwam te staan. Of dit terecht is, is een discussie waard. Bent u medeverantwoordelijk voor de uitspraken van uw mede-bestuur of collega’s? Voor staatssecretaris Dekker was het in ieder geval meer dan voldoende om zich tegen de opening van deze school te verzetten.

Waarom staat de staat er slecht voor?

Het is niet geheel onbegrijpelijk dat de staatssecretaris zo zijn vraagtekens had bij de oprichting van deze nieuwe school. Het SIO heeft een twijfelachtige staat van dienst als het aankomt op onderwijskwaliteit. Daarnaast is sympathie met IS – zelfs van een ex-bestuurslid- natuurlijk absoluut onwenselijk. Het belangrijkste argument voor de zorgen is toch wel dat andere islamitische onderwijsinstellingen hun leerlingen hebben opgeroepen vooral niet naar deze nieuwe school te gaan. Zij vrezen voor de kwaliteit van het onderwijs wat hier gegeven gaat worden. Dit bewijst wel dat er hier niet simpelweg sprake is van een weerstand om religieus onderwijs te financieren, maar dat er gegronde twijfels over kwaliteit spelen, ook vanuit de eigen religieuze kring.

Echter, juridisch gezien heeft de Nederlandse staat geen poot om op te staan. Al deze vraagtekens vormen namelijk geen argument om deze nieuwe school uit te sluiten van overheidsfinanciering. De crux is dat een school al bewezen slecht moet presteren, voordat de overheid in kan grijpen. Het -ongewenste- gevolg hiervan is dat er dus eerst leerlingen gedupeerd moeten worden, alvorens zij goed onderwijs krijgen. Het is een vreemde tegenstelling in de wet. Leerlingen moeten eerst gedupeerd worden voordat de staat kan ingrijpen. Dat moet toch anders kunnen?

De relatie tussen nonnen en de Pride

Bron: www.dailykos.com

Aanstaande zaterdag vindt de jaarlijkse botenparade voor de Amsterdam Pride (voorheen Gay Pride) plaats. De Amsterdam Pride kent veel verschillende deelnemers. Tijdens deze optocht ontbreekt er echter één groep die wel in veel andere Prides deelnemen: nonnen. Reeds sinds de jaren tachtig lopen nonnen namelijk mee in de Prides in verschillende steden wereldwijd. Het zijn echter niet zomaar nonnen. Nee, wie de nonnen ziet weet direct dat het niet om oude dames uit een klooster gaat. Veel van deze nonnen hebben namelijk een baard, zijn uitbundig opgemaakt of hebben bijzondere kapsels. Ze noemen zichzelf Sisters of Perpetual Indulgence.

Bron: www.metroweekly.com

Al tien tallen jaren zijn de Sisters of Perpetual Indulgence een bekende verschijning in de Verenigde Staten, die hier veel discussie oproept. In Nederland is deze orde echter nog niet gevestigd. Het zustergenootschap is in 1979 opgericht in San Francisco. Oorspronkelijk bestond de groep enkel uit homoseksuele mannen. Tegenwoordig is de groep echter verscheiden en zijn er ook lesbische, biseksuele, heteroseksuele, transgender en androgene sisters lid van de orde. Ten tijde van hun oprichting wilde de Sisters of Perpetual Indulgence aandacht vragen voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en de bestrijding van HIV en aids. Het politieke activisme van de Sisters of Perpetual Indulgence is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. Zo demonstreren ze vandaag de dag ook tegen religieuze onderdrukking en seksueel misbruik.

Sisters in de jaren ’80 Bron: www.gayinthe80s.com

Het uiterlijk van de Sisters of Perpetual Indulgence lijkt een persiflage van katholieke nonnen te zijn. Uit het onderzoek van Melissa Wilcox komt echter naar voren dat de relatie tussen de sisters en nonnen veel ingewikkelder ligt. Het persiflerende uiterlijk van de Sisters of Perpetual Indulgence gaat namelijk gepaard met een diep ontzag voor echte katholieke nonnen. Daarnaast vinden ze het een eer om zichzelf tot het zustergenootschap van de Sisters of Perpetual Indulgence te rekenen. Hoewel de kleding van de sisters bedoeld is als karikatuur, is het dus niet zo dat zij neerkijken op de katholieke nonnen aan wie zij hun klederdracht ontlenen. Sterker nog, de katholieke nonnen staan voor de sisters zelfs op een voetstuk. Ze vergelijken zichzelf met katholieke nonnen en zien paralellen doordat de sisters zich net als nonnen inzetten voor maatschappelijke kwesties. De Sisters of Perpetual Indulgence noemen zichzelf nonnen van de 21ste eeuw of non-nonnen.

De tweestrijdigheid ten opzichte van nonnen is ook terug te zien in hoe de Sisters of Perpetual Indulgence hun eigen religiositeit zien. Volgens Wilcox zien veel nonnen van dit zustergenootschap zichzelf niet als religieus, maar ook niet per definitie als seculier. Religie is voor de Sisters of Perpetual Indulgence dus niet zo zwart-wit. De sisters verenigen zich dan ook in een “religieuze orde” zonder dat zij zichzelf per definitie religieus noemen. Ze gebruiken religieuze kleding om een politiek punt te maken, maar tegelijkertijd is het niet bedoeld om deze kleding te misbruiken, of religie in zijn algemeenheid aan

Bron: www.betterwayfoundation.com

de kant te zetten. Hoewel iedere sister weer een andere persoonlijke benadering van religie, spiritualiteit en het christendom heeft maken zij wel gebruik van religieuze symbolen en verbinden zij deze religieuze symbolen aan de discussie omtrent seksualiteit en acceptatie. Wilcox benoemt terecht dat de Sisters of Perpetual Indulgence met hun vertoning een interessant spanningsveld opzoeken wanneer het gaat om religie, positieve benadering van seksualiteit en het seculiere.

M. Wilcox, “Spirituality, Activism and the ‘Post Secular’ in Sisters of Perpetual Indulgence” in Religion, Gender and Sexuality in Everyday Life. Redactie door P. Nynäs en A. Kam-Tuck Yip, 37-50. New York: Routledge, 2016.

C.B. Glen, “Queering the (Sacred) Body Politic: Considering the Performative Cultural Politics of The Sisters of Perpetual Indulgence” Theory & Event 7:1(2003).

Allemaal anders en toch niet

Allemaal anders en toch niet
Deze blog is gebaseerd op een eerder geschreven artikel van Lianne van Valen over de rol van het Jaarwiel in de Wicca. Voor de geïnteresseerden is dit artikel ter inzage op te vragen via lianne@religiousbusiness.org

Volgende week dinsdag, 1 augustus, is het feest Lughnasadh, of Lammas. Met dit feest wordt het oogstseizoen ingeluid. Vele mannen en vrouwen, in met name Noordwest-Europa en de Verenigde Staten, besteden op een of andere manier aandacht aan dit feest. Toch zal het voor veel lezers van deze column de eerste keer zijn dat ze van Lughnasadh horen. Het feest maakt namelijk onderdeel uit van de reeks jaarfeesten van de wicca, een van de meest mysterieuze religies van deze tijd.

Een deel van het mysterieuze karakter van wicca is ontstaan door de associaties met (historische) hekserij. De eerste wiccans beriepen zich op een pre-christelijke vruchtbaarheidscultus, welke in de late middeleeuwen door de katholieke kerk uitgeroeid zou zijn tijdens de heksenverbrandingen. Zij gingen er van uit dat de vrouwen en mannen die in die periode ter dood veroordeeld zijn, daadwerkelijk lid waren van een geheim, heidens genootschap. Het bestaan van een dergelijk genootschap is echter nooit bewezen, en ook binnen de Wicca gemeenschap lijkt het standvastige geloof hierin steeds meer af te nemen.

Jaarwiel
Afbeelding via Leon van Gulik

Een andere, meer belangrijke reden waarom wicca in nevelen gehuld is, is vanwege haar niet-geïnstitutionaliseerde karakter. Wiccans hebben geen religieuze gebouwen of heilig boek. Er zijn gemeenschappen, maar de religie kan ook individueel beoefend worden. Er is veel discussie over of iemand officieel geïnitieerd moet worden, of over hoe de feesten gevierd moeten worden. Dit alles maakt het lastig om te bepalen (A) hoeveel wiccans er zijn en (B) waar ze precies in geloven.

Wicca wordt over het algemeen beschouwd als een “jonge” religie. Hoewel haar religieuze traditie teruggaat tot voor het christendom, wordt haar ontstaan volgens de wetenschap gedateerd tot de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Wicca, evenals andere paganistische, of heidense, religies, is sterk aan populariteit toegenomen in de afgelopen decennia. Hoewel er dus geen officieel ledenbestand is, kunnen een dergelijke conclusie getrokken worden uit bijvoorbeeld de populariteit van het onderwerp op internet en in literatuur.

Het is lastig, wellicht zelfs onmogelijk, om in enkele zinnen te vatten wat de religie van wiccans precies omvat. Zoals gezegd is het beoefenen van wicca sterk geïndividualiseerd. Zelfs mensen die de religie in groepen -of covens- beoefenen, kunnen dit naar eigen wens inrichten. Zo ontstaan verschillende godsbeelden, rituelen en praktijken. Toch zijn er overkoepelende karakteristieken die eenheid aanbrengen binnen de versplinterde praktijk van de wicca. Dit zijn karakteristieken als verbondenheid met de natuur, een focus op ervaring in plaats van aanbidding en het gebruik van het jaarwiel. Dit jaarwiel is een soort kalender, zoals te zien in de afbeelding hierboven. Het jaarwiel omvat acht feesten, waarvan vier gebaseerd zijn op agrarische seizoenen en de andere vier op de stand van de zon. Als kalender fungeert het jaarwiel als het ware als een fundament voor het beoefenen van wicca; hoe de feesten ook ingevuld worden, alle wiccans vieren grofweg dezelfde: ook dinsdag weer.

Religieuze zaken in Harry Potter?

Bron: The Onion,

De Harry Potter hype is terug van weg geweest. Vanaf de aankondiging van de film Fantastic Beasts and Where to Find Them en het toneelstuk The Cursed Child is de aandacht toegenomen en veel twintigers en dertigers duiken terug in de fantasiewereld van hun tienerjaren. Ook in Nederland is goed te merken dat de Harry hype terug keert. De Harry Potter Expositie in Utrecht is bijvoorbeeld goed bezocht. Op het eerste gezicht lijken de Harry Potter boeken wellicht onschuldige en leuke kinderboeken. De boeken zijn echter al lange tijd onderwerp van discussie. Sommige christenen verzetten zich stevig tegen de Harry Potter boeken. Tegelijkertijd claimen anderen dat er een duidelijke christelijke referentie in het verhaal van The Boy Who Lived zit. Welke argumenten worden er nu precies gebruikt voor beide visies?

Voor sommige christenen (en andere religieuze mensen) heeft de wereld van Harry Potter veel verwantschap met wicca en het  occulte. Deze religieuze mensen zien de Harry Potter boeken als een propaganda van levensbeschouwingen die gepaard gaan met magie en geheimen. Veel christenen willen de verhalen over magie, wicca en het occulte niet aan hun kinderen overdragen. Daarnaast komen er in het verhaal vreemde wezens, geesten, trollen en bezeten objecten voor. Ideeën over een wereld waarin demonen en bezeten objecten bestaan, strookt niet met de opvattingen van sommige religieuze stromingen. Zij vinden het gevaarlijk om dergelijke ideeën en fantasieën met kinderen te bespreken omdat jonge mensen nog erg beïnvloedbaar zijn. Op veel christelijke scholen worden de Harry Potter boeken dan ook geweerd. Docenten mogen de boeken dan niet op de leeslijst zetten of klassikaal bespreken. Tegelijkertijd zijn er ook veel mensen die juist een christelijke invloed in de Harry Potter boeken herkennen.

Bron: megan2763.wordpress.com/

Naast dat auteur Joanne Rowling zichzelf als christelijk beschouwt, zien veel mensen parallellen met Bijbelverhalen. Rowling vertelt zelf ook dat ze christelijke inspiratie heeft gebruikt voor haar verhalen. Zo is Harry Potter in de magiewereld de verlosser van het kwaad (Lord Voldemort) die is voorspeld. Harry is in de magiewereld de Messias. Niet alle aanwijzingen zijn echter zo duidelijk en helder. Veel gebeurtenissen in het boek hebben iets meer uitleg nodig. In het derde boek bijvoorbeeld, is er een moment waarop Harry in zichzelf gaat geloven en een openbaring krijgt. Hij spreekt in dit onderdeel van het verhaal de spreuk “Expecto Patronum” uit. Dit kan worden vertaald naar “in afwachting van de vader”.  Nadat de spreuk hem lukt, is Harry overtuigd van zijn eigen kunnen. Ook het personage Albus Dumbledore is gebaseerd op een Bijbels figuur. Het begeleidende en zorgende karakter van Dumbledore ten opzichte van Harry is geïnspireerd op Johannes de Doper in relatie tot Jezus. Dit zijn slechts voorbeelden van alle verwijzingen naar de Bijbelse verhalen die er in de zeven boeken en acht films terug zijn te vinden en worden genoemd.

Nu de Harry Potter hype voortleeft in de films van Fantastic Beasts and Where to Find Them is het de vraag waar de discussie nu verder naartoe gaat. Het gaat immers om dezelfde wereld waarin deze verhalen zich afspelen, het overwinnen van kwaad staat nog steeds centraal maar het is een compleet nieuw verhaal. Is dit nu ook onchristelijk, of juist christelijk? Of geen van beide?

Bronnen:

5 Ways Harry Potter Mirrors the Christian Story


http://www.telegraph.co.uk/culture/books/fictionreviews/3668658/J-K-Rowling-Christianity-inspired-Harry-Potter.html

Schadevergoeding?

De afgelopen week is er veel over geschreven, dus wij konden er ook niet omheen: de klassenfoto-kwestie. Aan twee leerlingen van de Haagse Maria Montessori-school werd een schadevergoeding van 500 euro toegewezen, omdat zij volgens hun ouders gedwongen de klassenfoto hadden gemist. Reden? Deze klassenfoto werd gemaakt op de dag van het islamitisch Offerfeest.

Het bedrag van 500 euro lijkt in eerste instantie een zeer bescheiden succes; volgens verschillende bronnen hadden de ouders van de kinderen maar liefst 10.000 euro schadevergoeding geëist. Nogal een bedrag, vond ook de rechter. Toch hebben de ouders van deze kinderen laten weten dat zij tevreden zijn met de uitspraak.

Eerlijk is eerlijk: ik was niet graag de rechter geweest die zich over deze situatie had moeten buigen. Natuurlijk is het vervelend om een klassenfoto te missen. Dat overkomt veel kinderen: zij zijn bijvoorbeeld ziek of hebben een familieverplichting. Echter, om dan te stellen dat die kinderen daardoor een soort emotioneel trauma oplopen ter waarde van 10.000 euro, gaat wellicht wat te ver. Het werd deze ouders dan ook verweten dat het hen niet ging discriminatie om, maar om financieel gewin. Enkele bekende Nederlanders, ook moslims, spraken zich op social media uit over de situatie. Zo sprak AD-columnist Özcan Akyol van “misbruik van het geloof”. Collega-columniste Hanina Ajari vond de actie “onverstandig”, en stelde dat moslims in Nederland nu eenmaal tegen grenzen aanlopen.

De discussie die aan de hand van de uitspraak van de rechter ontstaat is of er te veel aanpassingen worden gedaan om het moslims naar de zin te maken. In de woorden van Correspondent-journalist Marc Chavannes:

Maar als een openbare school als de Maria Montessorischool, die zich open en praktisch opstelt, gedwongen wordt zich qua religieuze feestdagen te gedragen als een moslimschool, dan wordt het begrip openbaar onderwijs ingrijpend opnieuw gedefinieerd.”

Dit is een zeer onhandige uitspraak van Chavannes. Laten we wel zijn: het gaat hier niet om het verlies van de Nederlandse identiteit, een verwijt wat ik vaak terugzag op social media, maar slechts om rekening houden met zaken die wellicht buiten die “Nederlandse identiteit” liggen. Scholen worden niet gedwongen zich te gaan gedragen als een “moslimschool”: zij hoeven niet te sluiten, mogen gewoon onderwijs geven en zijn niet verplicht om aandacht te besteden aan islamitische feestdagen. De enige jurisprudentie die hiermee ontstaat is dat scholen gedwongen worden rekening te houden met niet-christelijke, religieuze feestdagen. Holt dat het begrip openbaar onderwijs uit? Niet perse. Openbaar onderwijs mag dan zelf geen religieuze identiteit hebben, maar dat betekent niet dat zij alle religies zomaar naast zich neer kunnen leggen. Openbaar onderwijs houdt immers ook rekening met christelijke feestdagen, “van oudsher gerespecteerd”. Dat is inhoudelijk natuurlijk een weinig sterk argument om deze feestdagen wel te erkennen, en andere simpelweg te negeren.

Nu moet vooropgesteld worden dat deze Haagse school naar mijn inzicht zo goed mogelijk heeft gehandeld. Zij leek zich wel degelijk bewust van haar blunder. Zij heeft openlijk toegegeven het Offerfeest over het hoofd gezien te hebben, en heeft de kinderen alsnog zelf op de foto gezet. Deze houding siert de school. Zij heeft zich praktisch en oplossingsgericht opgesteld.

Deze blog moet dan ook niet gelezen worden als een aanklacht tegen de Maria Montessori-school, of enig andere school die een dergelijke blunder zou maken. Of ik mij zou uitspreken voor de financiële schadevergoeding, vind ik ook erg lastig. Er zijn vast juridische argumenten voor, maar financieel gewin behalen door religie in te zetten vind ik twijfelachtig. Daar komt bij dat er vele ouders op de betreffende dag hun kinderen wel even naar school gestuurd hebben, speciaal voor de foto. Wat wél interessant is, is dat de rechter met zijn of haar uitspraak Nederlandse scholen bewust heeft gemaakt van hun oogkleppen. Nog steeds zijn wij veelal geneigd islamitische feestdagen compleet te negeren, niet perse uit kwaadwillendheid als uit onwetendheid. Zoals nu gebleken is, wordt van de Nederlandse scholen meer verwacht dat zij wel rekening gaan houden met deze feestdagen.

Door deze uitspraak zijn mensen gaan vrezen voor het behoud van bepaalde grenzen in het onderwijs. Niet geheel onterecht. Of het nu gaat om islamitische ouders die kinderen gescheiden willen laten gymmen, of om christelijke ouders die zich verzetten tegen de evolutietheorie bij biologie, het komt regelmatig voor dat ouders bepaalde eisen stellen aan een school op basis van hun religieuze overtuiging. Wanneer daarbij bepaalde vrijheden in het gedrang komen, ben ik de eerste om vraagtekens te zetten bij het toekennen van deze eisen. We moeten ons echter wel bewust blijven van het feit dat dit in deze casus niet het geval was. De school wordt gevraagd in haar kalender rekening te houden met niet-christelijke, religieuze feestdagen, door geen belangrijke activiteiten op deze dagen te plannen. We maken er heel veel meer van, maar is dat terecht? Het klinkt als een kleine moeite voor een groot plezier.

 

In deze blog refereer ik naar het volgende artikel van de Correspondent: https://decorrespondent.nl/4229/niemand-wordt-beter-van-de-uitspraak-in-de-haagse-fotokwestie/1574332468896-4dcb6b11. 

Maatschappelijke organisaties en christendom in Nederland

Veel maatschappelijke organisaties in Nederland hebben een christelijke oorsprong. Organisaties als

(bron: blog.han.nl)

PAX (voorheen IKV PAX Christi), Oikos, Stichting Present, Oxfam-Novib (toentertijd Novib) en zelfs de Postcodeloterij hebben een verweven geschiedenis met de christelijke kerk, dominees en paters. Is dit toeval? Nee, zeer zeker niet.

Zoals op meer plaatsen in de wereld vervulde de kerk en de christelijke ambten eeuwen lang een belangrijke sociale, verzorgende rol in de samenleving: scholing, armoedezorg, financiële bijstand, ziekenzorg, weeshuizen en meer. Naarmate Nederland steeds meer een verzorgingsstaat werd, nam de

Uitdeling brood door diaconie (bron: www.canonsociaalwerk.eu )

staat deze rol van de kerk over. Hierdoor werd de rol van de kerk in de samenleving anders. Immers, men hoefde niet meer lid te zijn van een kerk om kans te maken op goede zorg of persoonlijke hulp bij nood. Voor kerken betekende dit dat zij de zorg die zij gaven op andere manieren vorm zijn gaan geven. Want hoewel het beter ging met Nederland, betekende dit niet dat de wereld zorgeloos is. Kerken zagen de noodzaak om de hulp die zij boden, anders te organiseren en nieuwe missies te stellen.

Na de Tweede Wereld Oorlog deden zich veel verschillende onderwerpen voor waar de kerk en kerkelijk leiders zich door gemotiveerd voelde. Zo is PAX in eerste instantie door de Nederlandse rooms-katholieke kerk in het leven geroepen als tegengeluid aan de kernwapenwedloop en de christelijke leiders achter Oxfam-Novib wilde de hulp die zij zelf hadden ontvangen na de oorlog, aan anderen in de wereld terug geven. Door globalisering werd het voor organisaties als PAX en Oxfam-Novib mogelijk om hulp wereldwijd te bieden.

(bron: kampen.online)

Oikos en Stichting Present zijn jongere organisaties dan PAX en Oxfam-Novib. Ook Oikos en Stichting Present zijn ontstaan vanuit kerken en hebben een grote christelijke achterban. Deze organisaties oriënteren zich echter niet wereldwijd maar richten zich (hoofdzakelijk) op Nederland. Oikos richt zich onder andere op het ondersteunen en ontwikkelen van initiatieven die bijdragen aan een betere samenleving. Stichting Present is een platform waar groepen zich kunnen aanmelden voor vrijwilligerswerk en waar hulpverleners extra hulp kunnen aanvragen voor bijvoorbeeld het schilderen van een huis van een cliënt of extra aandacht voor ouderen tijdens een activiteit in een woonzorgcentrum.

Dat deze organisaties een christelijke of kerkelijke oorsprong hebben, betekent niet dat deze organisaties terughoudend staan ten opzichte van niet-christenen. In tegendeel, in veel van deze organisaties werken steeds meer verschillende mensen met verschillende achtergronden samen. Het betekent echter niet dat de christelijke identiteit van deze organisaties volledig is verdwenen. De christelijke waarden en normen worden echter vaak zo verwoord dat deze ook voor niet-christenen toegankelijk zijn.

 

Bronnen:

www.paxvoorvrede.nl

www.oxfam-novib.nl

www.stichtingoikos.nl

www.stichtingpresent.nl

Samuel Moyn, Human Rights and the uses of history (Verso, London 2014).

Maarten van den Bos, Mensen van goede wil (Wereldbibliotheek, Amsterdam 2015).

Colleges van Paul van Trigt, voor het vak Humanitaire campagnes aan de Universiteit Utrecht.

Verbinden is vertalen

Verbinden is vertalen


Als er iets is wat je snel leert als je religiewetenschappen gaat studeren, dan is het dat taal een belangrijk onderdeel is van religie. Met taal druk je uit waar je in gelooft, wat voor jou belangrijk is en waarom. Als verschillende groepen er een andere manier van spreken op nahouden, kan dit zorgen voor miscommunicatie. Bij Religious Business geloven we dan ook dat verbinden en vertalen nauw met elkaar verbonden zijn.

De term vertalen roept al snel bepaalde associaties op, bijvoorbeeld van wanneer je je moet redden in de supermarkt op een vakantie, of wanneer je een document moet lezen in een taal die niet je moedertaal is. Als wij het hebben over vertalen, heeft dat echter niet per se iets met twee verschillende landstaVertalen is verbindenlen te maken. Ook binnen een taal kunnen verschillende manieren van praten bestaan.

De relatie tussen verbinden en vertalen

In de afgelopen drie maanden werkte ik aan een stageonderzoek voor een stichting wiens doelgroep bestaat uit mensen met eenreligieuze of levensbeschouwelijke inspiratie. Dat is best een brede invulling, zou je zo zeggen. Toch bleek deze stichting moeite te hebben met het bereiken van jongeren. Mijn onderzoek was erop gericht deze beide partijen nader tot elkaar te brengen. Al snel bleek ook hier sprake van een taalprobleem. De stichting dacht haar kaders breed genoeg uitgezet te hebben. Jongeren bleken zich echter veel meer aangesproken te voelen door de term spiritualiteit. Spiritualiteit was voor de stichting als vanzelfsprekend gekoppeld aan religie en levensbeschouwing, maar deze koppeling was voor de doelgroep voor het onderzoek, de jongeren, veel minder snel gelegd.

Door enkele simpele, doch do
elgerichte veranderingen door te voeren in de content van de website en social media kan de stichting al veel meer aansluiting vinden bij de jongere doelgroep. Deze oplossing vergt een minimale investering van tijd en geld, maar kan toch goede resultaten opleveren. Bij organisaties bestaat soms de angst dat zij hun eigen identiteit uit het oog verliezen bij een dergelijke verandering, maar mits dit proces goed begeleid wordt, hoeft dit echt niet het geval te zijn.

Zet jij de eerste stap?

Verbruggen bouwenbinden, het nader tot elkaar brengen van twee verschillende groepen, begint dus met vertalen: je moet de verta
alslag weten te maken naar hoe een andere groep zijn of haar religie of spiritualiteit beleeft. Alleen dan kom je constructie
f verder. Aan dit alles hangt echter wel een belangrijke voorwaarde: een van de twee partijen moet de eerste stap zetten tot toenadering. Of het nu gaat om twee partijen uit verschillende religies, van verschillende leeftijdsgroepen, of wellicht zelfs een religieuze en een niet-religieuze partij: de wens tot toenadering moet altijd gepaard gaan met de wil om daarin te investeren.

In mijn laatste week van het eerder genoemde onderzoek besprak ik mijn conclusies met een van mijn collega’s. Later drukte hij mij een kaartje in de handen met daarop de tekst “bruggen bouw je niet vanuit het midden”. Een compromis kan pas volgen na het zetten van de eerste stap. Denkt u aan het bouwen van een brug? Wij denken graag met u mee.

Soeni en Sjii | Wat is wat? Wie is wie? | een korte, versimpelde uitleg.

Soeni en Sjii | Wat is wat? Wie is wie? | een korte, versimpelde uitleg.

In nieuwsberichten en tv-items over de islam worden de termen “soennitisch” en “sjiiti vaak gebruikt. Voor lang niet  iedereen is duidelijk wat daarmee wordt bedoeld en wat het verschil is. De islam is versimpeld op te delen in twee hoofdstromingen: het soennisme en sjiisme.

Koran

De volgelingen worden soennieten en sjiieten genoemd. Beide groepen zijn volgelingen van de profeet Mohammed, die tussen ca. 570 en 632 leefde. De tweedeling tussen soennieten en sjiieten is ontstaan nadat Mohammed overleed en er opvolgers (kaliefen) voor het leiderschap van de moslimgemeenschap moesten worden aangewezen.

Over de eerste drie rechtmatige opvolgers (rechtgeleide kaliefen) van Mohammed zijn de meeste moslims het eens: Abu Bakr, Omar, Uthman en Ali. Toen de derde kalief, Uthman, werd vermoord, ontstond er echter een breuk in de islamitische gemeenschap. De neef en schoonzoon van Mohammed, Ali, werd door de islamitische gemeenschap gekozen als nieuwe kalief, maar daar was niet iedereen het mee eens. Dit is dan ook waar het verschil en de tweedeling tussen soennieten en sjiieten begint. Sjiieten zijn simpel gezegd volgelingen van Ali en zijn nakomelingen. Zij zien Ali als belangrijkste kalief na de dood van Mohammed. Volgens soennieten is deze hoge plaats voor Ali ten opzichte van de andere kaliefen onterecht. Ook vinden soennieten dat de kalief opvolging op basis van keuze vanuit de meerderheid van de islamitische bevolking hoort te liggen. Sjiieten vinden echter dat de kaliefen-lijn verder hoort te gaan met de zoons en nakomelingen van Ali.  Soennisme en sjiisme zijn dus ontstaan als gevolg van de de vraag wie het rechtmatige leiderschap over de islamitische gemeenschap heeft. Deze vraag heeft tot op de dag van vandaag invloed. De tijd heeft echter niet stilgestaan want beide stromingen kennen vandaag de dag veel verschillende vormen en aftakkingen. De meerderheid van de islamitische bevolking volgt een soennitische vorm van de islam.

De islam heeft vooral veel volgelingen in het Midden-Oosten, Turkije, Noord-Afrika en grote delen van Azië (Indonesië en India bijvoorbeeld). In de andere delen van de wereld wonen uiteraard ook moslims, maar daar vormen zij een kleine minderheid van de bevolking. Het grootste gedeelte van de islamitische bevolking beleid zijn of haar geloof in vrede en rust. In het nieuws wordt echter vaak gesproken over mensen die zichzelf identificeren als moslimgroep en die onder de vlag van “de islam” terreurdaden plegen en andere mensen (vaak ook islamitische mensen) onderdrukken. De Taliban, Al-Qaida, Islamitische Staat (IS) en het bewind van de Ayatollah in Iran zijn daar voorbeelden van. De Taliban (heersers in Pakistan en Afghanistan), Al-Qaida (de terreurgroep van Osama bin Laden) en IS rekenen zichzelf tot een vorm van de soennitische islam. De Ayatollah (hoogste leider) in Iran voert een bewind dat tot een sjiitische vorm van de islam wordt gerekend. Zowel het soennisme als het sjiisme kent dus groepen die andere mensen onderdrukken en terreurdaden plegen onder de vlag van hun geloof, maar deze groepen zijn uitzonderingen en niet de regel wanneer het gaat om geloofsuitingen in de islam.

Bron: Ira M. Lapidus, A History of Islamic Societies (Cambridge University Press, 2014)

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On InstagramVisit Us On Linkedin